wo 15 juli, namiddag
Mijn verhaal van vandaag kan niet anders starten dan met een bedankje voor alle leuke verjaardagswensen die ik van mijn lezers kreeg. Vanmiddag nam ik wat tijd-voor-tijd. Zo tegen drie uur stopt mijn auto voor mijn huis en breng ik mijn laptop naar binnen. Op de tafel staat een flinke houten kist. Nieuwsgierig kijk ik op het label en zie ik mijn naam. "Wat is dit?" Mijn zoon vertelt hoe deze kist is bezorgd en zijn nieuwsgierigheid is minstens zo groot als die van mij. Met een schroevendraaier licht ik het krammetje omhoog en schuif ik het deksel van de doos. Een bierpakket? Aan een van de flesjes zit een kaartje en nu toch wel heel nieuwsgierig geworden haal ik het los. (Coriena en Dorien, dankjewel, hoe komen julie er op?!!). Met een flinke doos appelflappen op de achterbank zet ik even later koers naar De Mortel. Met zo'n mooi weer moet het toch wel druk zijn. Wanneer ik echter de HB-weg insla zie ik tot mijn verrassing geen enkele auto in de berm geparkeerd staan.
Een beetje verbaasd daarover grijp ik mijn kijker en mijn camera en even later gaat mijn aandacht naar de toren. Het is warm, maar er staat een behoorlijke wind. In mijn blousje kon dat wel eens verraderlijk zijn en dus haal ik mijn colbertje uit de auto (je moet toch wat) en ga ik op pad om beschutting te zoeken onder de bomen aan de overkant. "Moet een raar gezicht zijn, een keurig colbertje en een petje op", denk ik enigszins beschaamd, "maar er is toch niemand te bekennen, dus 'so what'"!
Wanneer ik enkele passen gezet heb, is er opeens actie rond de toren. Twee valken spelen hun tikkertje spelletje en ik stop even om het te filmen. Ik heb er wat moeite mee om te volgen waar ze telkens blijven wanneer ze voor en achter de toren kruisen. Ik verwacht dat ze wel even door zullen gaan, dus kan ik dat wel weer oppikken wanneer ik aan de overzijde ben. Het blijkt een misrekening, want de vogels zijn letterlijk gevlogen wanneer ik ze weer probeer te zoeken wanneer ik ondertussen aan de overkant een positie heb gekozen.
Een beetje verveeld besluit ik dan de omgeving maar wat af te speuren en dan zie ik plotseling een stuk verderop (daar waar de paaltjes de grens vormen tussen het weiland en het veld), wat beweging laag op de grond. Tussen de gele bloemen van het Jacobskruiskruid door zit een gestalte, maar ik kan met het blote oog absoluut niet onderscheiden wat het is. Het is veel te laag voor een ree, dus reken ik een beetje op een haas of mogelijk een nijlgans. Ik zet mijn kijker aan mijn ogen en tot mijn allergrootste verbazing blijkt deze haas.... een mens????? Er wordt gewuifd en dan denk ik te weten wie het zou kunnen zijn. Ik zie een tweede mensachtige gestalte en maak dan een optelsom: Ronald en Ava???? Het zou zo maar kunnen en dus besluit ik naar deze twee mensen toe te lopen. Maar deze personen zijn bepaald niet Ronald en Ava. Ik ken ze helemaal niet, maar wie A zegt moet ook B zeggen en dus loop ik verder naar ze toe. "Hebben jullie geen last van dazen?", open ik een gesprekje en precies op dat moment voel ik een prikje op mijn linkerhand. Tussen de knokkels van mijn wijs- en middelvinger zit een kleine, maar o zo bloeddorstige daas. Van schrik veeg ik het beest met mijn andere hand weg. Meteen is er een kleine zwelling te zien. Met wat spuug probeer ik de brand wat weg te halen. En dan vervolg ik mijn gesprekje met dit stel dat lekker op een uitgestrekte deken nog wat sporen van een picknick nalaat. Nu ben ik nooit zo sprakeloos als het onderschrift op het forum van Piet en Dorine misschien zou doen vermoeden en al gauw gaat het gesprekje over Pa en Ma, ukkietapijtje en S2. Het stel heeft er geen idee van hoe deze valken een hele gemeenschap aan internationale liefhebbers heeft kunnen boeien. Mijn verhaal spreekt hen wel aan en ze gaan mijn verhaal wel zoeken op het wereldwijde web. "Kuiko", dat is het steekwoord en de naambadge op mijn revere verraadt de rest wel. Dan bedenk ik hoe vreemd mijn gestalte wel moet zijn. "Colbertje met een petje", zonder er iets over te zeggen vervolg ik mijn pad naar de Snelle Loop, om langs de oever weer terug te keren naar het spottersveldje.
Een paar heren uit Beek en Donk hebben zich op het bankje geplaatst. Zij kennen het verhaal van de valken en volgen het "tussebeije" wel eens. (=dialect voor "zo nu en dan"). De mannen verlaten het veldje weer en ik blijf nog even turen naar de toren. "Niks te zien", is daar enige ongeduldigheid bij Kuiko te bespeuren? Toch hoor ik wat en uit het niets doemt er een eerste valk op die ergens aan de voet van de grote antenne gaat zitten. Meteen daarna een tweede valk die wat vreemde kapriolen maakt om tegen de wind in naar de toren te vliegen. Uiteindelijk zitten de twee samen bij de antenne. Dan hoor ik het bekende geluid van een wat kalmpjes naderende auto. Ik kijk om en zie daar Gerrit E. aankomen. Ik loop naar mijn auto en begroet Gerrit met de woorden: "ik ga eerst voor jou eens een boterham pakken!"
Gerrit kijkt me wat verwonderd aan. "Wor hedde ut naw ovver?" Dan pak ik de bakkersdoos met appelflappen en er gaat een lampje op bij Gerrit. "Wacht effe, dan pak ik er de koffie bij", zegt hij. Even later zitten we met zijn tweeen op het spottersveld met ieder een kop koffie en een volle doos flappen. Ik vertel tegen Gerrit dat ik wel mooi kan schrijven dat ik met een doos flappen bij de toren stond, maar wanneer hij niet gekomen was had iedereen dat dan maar moeten geloven. "Mooie praatjesmaker die Kuiko!" Gerrit besluit de boel te vereeuwigen en lachend keuvelen we wat. Het is vijf uur door en opeens blijkt een van de valken een plekje op de antenne te hebben gezocht en meteen daarna duikt hij haast steil naar beneden. We proberen zijn doel te zoeken, maar dan is de valk allang achter het bos verdwenen. "Daar had ik anders gestaan", zegt Gerrit, want inderdaad is dit tijdstip niet gunstig om de valken vanaf hier te volgen.