Gisteren waren de plannen groot. Het was onze trouwdag en we zouden dat alvast vieren met een reservering voor een lunch bij Grotels Genieten (voorheen Grotels Hof). En als je dan zo dicht bij de toren gaat lunchen, dan is het welhaast een niet te passeren gelegenheid om dan ook meteen een bezoekje aan het spotterveldje te brengen, mits mijn lijf dat op dat moment toestaat. Grote plannen, maar net iets te lang op de badkamer te hebben doorgebracht zorgde voor een streep door de plannen. En na de lunch zouden we visite krijgen, dus dat was ook geen optie. Morgen dan? Het zal in ieder geval ook iets minder warm worden, dus laten we dat maar doen.
Wanneer we iets voor tienen eindelijk weer de auto in de berm parkeren gaat er toch iets van een gelukzalig gevoel door me heen. Vlakbij de zandhoop zit een blauwe reiger op het nieuwe hek. Die pikken we maar eerst even mee. Ik rommel wat met mijn camera en het instellen dat ik door het vizier kan kijken in plaats van op het display duurt lang. Ik realiseer me dat ik al lange tijd nauwelijks gebruik heb gemaakt van mijn toestel en het gerommel duurt voor mijn gevoel vreselijk lang. Gelukkig, de reiger zit er nog. Klik. Meteen richt ik de camera op de nieuwe stellage op het dak van de toren. Dat steekt een heel stuk uit en gisteren had ik al besloten om het ding tot "rekstok" te dopen. Wanneer je met medespotters bent is het handig om plekken met korte bewoordingen aan te duiden. Zo in de geest van "Valk, rekstok" of "valk hoge antenne". Indertijd bedacht ik ook de term Koektrommel en die zou algemeen overgenomen worden en nu die er niet meer is, is het tijd voor een nieuwe naam voor een nieuwe plek: de rekstok dus. Ik bekijk het ding goed ook op verborgen plekjes. Die vind ik ook en het is handig te weten dat het donkere ding in elk geval geen slechtvalk is. De nestkast wijst ook niet op enige bezetting en het rooster al helemaal niet. Tijd voor een algemene scan van de toren. Geen valken te zien!
Ik kijk nog eens goed naar het eikje dat van het armetierige, hopeloos verdroogde stekje van een paar jaar geleden ondertussen door alle zorg van Piet en ondergetekende in de zo droge periode met het aanslepen van alle emmers water het prachtig overleefd heeft en ondertussen een prima boompje voor beschutting op het spottersveld is geworden. Opeens hoor ik een vreemd geluid, je ziet het niet meer vanaf het spottersveld maar het klonk alsof er een busje het torenterrein op rijdt. Omdat de zon al aardig begint te bakken vraagt Anja of ik het aandurf om naar het bos naast de toren te lopen. Onderweg er naar toe zie ik het al: er staat inderdaad en werkbus bij de toren. Ik vervloek mezelf dat ik gisteren niet wat eerder ben gaan douchen, want nu valt er van de valken niet veel te verwachten. Maar ik wil mezelf uitdagen om de wandeling naar de achterkant te maken. Dat kan niet alleen wat leuke plaatjes van in, op en bij de Snelle Loop opleveren, maar ook een test of het wandelen met stok en het maken van foto's te combineren is en of ik voldoende op kan letten om niet over wortels en andere oneffenheden te struikelen. (Ik herinner me weer de woorden van Gerrit: "wanneer je loopt kijk je omlaag en wanneer je stilstaat kijk je omhoog"). Het is warm dus heel veel vogels laten zich niet zien en wanneer ze dan opdoemen ben ik ze alweer kwijt voor ik mijn camera kan grijpen. Dat is verlies van routine, weet ik wel. Aan de achterkant verbaas ik me dat langs de Loop een breed wandelpad is, maar daarnaast een afbakening van prikkeldraad met een metalen hek, en daarnaast gelukkig ook een slingerpoortje. Ik loop een stukje door zodat ik de bovenkant van de toren aan de achterkant kan bekijken. Vanwege het tegenlicht rechtsvoor me, kan ik me geen goed beeld vormen en dus zet ik een paar stappen opzij richting de Loop. Nu lukt het wel en behalve iets wat net boven de dakrand uitsteekt is er niets bijzonders te zien. Het "ding" lijkt wel op een zeemijn, maar ik heb zo het vermoeden dat het dat niet zal zijn :)
De zon bakt en we besluiten terug te lopen. Langs de Loop willen wat juffers zich nog wel laten zien, een enkeling wil even poseren op een rietstengel. Bij de paddenpoel net over de loop zie ik een paar kikkers, ik klik lukraak een keer zonder er iets van te verwachten. Door het bos lopend voel ik dat ik gauw maar weer huiswaarts moet gaan en we besluiten niet nog even wortel te gaan schieten op het hete spottersveldje. Toch geeft het opnieuw een heerlijk gevoel om weer eens rond die toren te kuieren. Misschien binnenkort weer eens al heb ik een overvol programma in de komende weekenden. "Ge weet ooit nooit!"















